Arie de Ruijter

06 546 500 19

arie@dusuwilteencamper.nl

Aanmelden voor Nieuwsbrief

DUS U WILT een camper? & Vrouw rijdt camper

Camperen in de winter

Leuk

Wintercamperen is leuk. Je eigen camper. Je eigen spullen. Vaak een mooi uitzicht. De elementen. Vooral als het flink sneeuwt is het geweldig. Je moet wel op een paar dingen letten om het leuk te houden. 

Winterbanden en sneeuwkettingen

Winterbanden zijn verplicht voor de Alpenlanden en bij winterse omstandigheden in Duitsland. Daar kan je niet omheen als je op wintersport gaat. Sneeuwkettingen zijn ook een must. Een voertuig met een voorwielaangedreven Fiat-motor zal op een besneeuwd wegdek al snel spinnen. Bovendien, als de autoriteiten sneeuwkettingen voorschrijven mag je alleen met sneeuwkettingen verder rijden.

Sneeuwkettingen omleggen moet je oefenen. Ieder jaar weer voor vertrek. Onder "techniek" wordt afzonderlijk aandacht besteed aan sneeuwkettingen.   

Gripplaten

Dooiwater kan weer bevriezen. Wegrijden van de standplaats kan dan wel eens een probleem gaan worden. Als de aangedreven wielen beginnen te spinnen is Leiden in last. Om die reden plaatsen wij uit voorzorg de aangedreven wielen altijd op gripplaten. Als de camper eenmaal op de gripplaten in beweging is gekomen is wegrijden een fluitje van een cent. 

Stroomkabels

Een camper kan in de winter niet zonder 230 V. Alle wintercampings zijn voorzien van stroomaansluitingen van voldoende Ampère. Het is belangrijk, om de stroomkabel niet op de grond te leggen, maar hangend. Een kabel die op de grond ligt vriest 's nachts vast in het smeltwater.    

Icedeck of niet

Op wintercampings zie je veel camperaars die hun camper afdekken met een camperdeken tegen de kou, een zogenaamd icedeck. Daar is wel wat voor te zeggen. De woonruimte heeft een comfortabele temperatuur, de motorwagen is bij lagere buitentemperaturen toch wat minder goed warm te houden. We deden een klein onderzoekje. Voor de volledigheid: de thermometer die wij gebruiken is niet geijkt. Het gaat om een indruk. 

Het display in onze camper gaf tegen middernacht in Sölden een comfortabele binnentemperatuur aan van 20 ºC. De buitentemperatuur was –10 ºC. De losse thermometer onderaan de voorruit liet 10 ºC zien, met het rolluik omlaag. De temperatuur onderaan de zijramen, voorzien van thermopane (!) en met gesloten horren, was 8 ºC. De thermometer op de grond gelegd onder het dashboard liet ook 8 ºC zien. De kou trekt dus via de ramen van de cockpit en via de motor en de versnellingsbak onder het dashboard in de woonruimte.

Het stalen motorhuis van een en buscamper en een halfintegraal zijn in de regel wat minder goed geïsoleerd dan de het stuurhuis van een integraal camper. Maar de temperatuurverschillen tussen woonruimte en motorhuis van een integraal mogen er ook zijn. Logisch dat je op wintercampings veel campers ziet met een al dan niet zelfgemaakt icedeck en over het algemeen zijn vooral buscampers en halfintegralen daarmee uitgerust. Gelet op het feit, dat veel kou via de motorruimte de camper binnen treedt ligt het voor de hand niet alleen de ramen van een isolerende icedeck te voorzien, maar ook de motorkap tot op de grond.

 

Schoorsteen op het dak

De verwarming van oudere campers hebben soms een schoorsteen op het dak. Bij extreme sneeuwval kan dat tot problemen leiden. Het schoorsteentje kan met een extensie worden verlengd.

 

Schoorsteen in de zijwand

De verbrandingsgassen van de verwarming van nieuwere campers werkt via een schoorsteen in de zijwand. Extreme sneeuwval heeft daar geen vat op. Er is wel een ander nadeel. Het condenswater van de afvoergassen bevriest en zorgt voor grote ijspegels aan de zijkant van de camper. Ook dat probleem kan worden opgelost. Er zijn bij de camperdealer speciale verloopstukjes te koop. Het kan ook eenvoudiger met een simpele knijper. Het condenswater loopt dan via de knijper naast de camper zonder ijsvorming op de camperwand te veroorzaken.

 

Pallet

Wintercampings stellen vaak houten pallets ter beschikking. Op het pallet voor de woonruimtedeur kan het schoeisel sneeuwvrij worden gemaakt, zodat de sneeuw niet wordt meegenomen in de woonruimte.  

 

IJs en sneeuw op het dak

Het camperdak moet een behoorlijk gewicht aan sneeuw en ijs kunnen torsen. Door een flinke sneeuwbui kan er zo 20 cm sneeuw op komen te liggen. Het soortelijk gewicht van sneeuw is ongeveer 200 kg per m3. 20 cm geeft een belasting van 40 kg per vierkante meter. Als die sneeuw blijft liggen en natter wordt of als een ijslaag op het dak blijft liggen neemt het gewicht tot wel het dubbele toe.

Die sneeuw moet worden verwijderd. Dat geldt in ieder geval als je met de camper gaat reizen. Onderweg zullen sneeuw en ijs van het dak afwaaien en de ijsplaten zullen een gevaar voor andere weggebruikers opleveren. Het is maar de vraag of de verzekeraar eventuele schade zal vergoeden. Een bestuurder moet nu eenmaal gevaarzetting voorkomen. Er is maar één goed advies: een uurtje hard werken en ijs en sneeuw voor vertrek verwijderen.  

 

Water

Douchen doe je in het toiletgebouw van de camping. In de camper douchen betekent water sjouwen, maar belangrijker nog is dat douchen in de camper voor veel condensvocht zorgt. Condens moet worden voorkomen. Met een gieter van 10 liter kan je elke dag een of twee keer schoon water ophalen. Dat is voldoende. Grijs water kan je opvangen in een emmer en in het rioolputje bij je standplaats storten. 

Gas

Sommige camperaars huren een manshoge gasfles van de camping. Vooral als je een week of drie op de camping verblijft is dat een genot. Onze verwarming brandt op twee grote LPG-flessen. In Nederland worden de beide flessen volgetankt. Onderweg besparen we gas door de motorverwarming te gebruiken. Bij aankomst op de camping stappen we voor de verwarming over op gas. De koelkast draait op 230 V. Douchen doen we in het toiletgebouw van de camping. Koken gebeurt natuurlijk ook op gas. Wij gebruikten één volle gasfles van vrijdag tot en met maandag met nachtelijke temperaturen van pakweg -10 ºC.  In andere jaren hadden we dezelfde ervaring. Met enig beleid kan je dus een volle week op twee LPG-flessen verwarmen.